Selecteer een pagina

Sommigen die vinden er wat van. Dat ik er voor betaald word. Ze vinden het goedkoop. Maar ze moesten eens weten hoeveel ik opbreng. Dan gingen ze stante pede hetzelfde pad op als ik. Niet dat het ze zou lukken trouwens, want je moet wel wat in huis hebben. 

Allereerst je afkomst. Die moet zuiver zijn. Dat moet je ook uitstralen. Je moet verzorgd zijn. Er goed uitzien. Aantrekkelijk.
En je moet het kunnen. Iedere dag opnieuw. Op commando. Soms zelfs twee keer op een dag. Of, als ze me een paar dagen in een wei vol merries loslaten, wel tien keer per dag. Dat hangt van de merries af dan natuurlijk.
Bij dat soort sessies moet ik er voor op reis. Dan ga ik een trailer in en breng ik een bezoek ‘aan huis’. Tja, als ik mazzel heb in een wei vol dus. Dat is veel relaxter voor me. Maar soms ook gewoon eenmalig in de stal. In het pad tussen de boxen. Dat zijn de vluggertjes.

Maar vaak komen ze naar mij toe. De merries. In een trailer. Denkend dat ze een stukkie gaan rijden. Ha! De meesten weten niet wat hen overkomt als ze uitgeladen worden. Ze worden aan de trailer vastgebonden. Zelf denken ze dat ze gezadeld gaan worden. Maar dan kom ik ten tonele. Gespierd en glanzend sta ik voor ze. Ik had ze al geroken toen ik in de stal stond, dus de onrust in mijn lenden was al gaande. En als ik ze dan zie, dan spant alles in mij aan en wil ontladen. Ik voel mijn huid klam worden, vochtig. Damp dampt van me af.

En toch… Ik wil eerst het spel. Ik probeer me los te werken van mijn teugels, wat niet lukt omdat men er al rekening mee houdt. Dan ga ik geluid maken, briesen. Zij hoort dat. Briest terug. Ze is in haar vruchtbare periode, anders was ze niet gekomen. Dus bij haar gebeurt ook iets van binnen. Ook die onrust. Ook dat briesen. Gehinnik. Gesjor aan de touwen. Ze wil kennis maken met me. Ik zie haar staartstuk al ietwat stijgen. Ik wil natuurlijk, zoals het hoort, haar mijn tanden laten zien. Ik wil flemen, zoals de natuur mij heeft meegegeven. Maar zij zit vastgebonden. Ze kan me niet zien. 

Ik word naar haar achterhand toegeleid. Ze ruikt me. Ik ruik haar. Hoe die hongerende grot onder haar staart signalen begint af te geven.
Ik weet dat het er hoe dan ook van gaat komen, want het is mijn werk. Zij heeft nog die twijfel. Ze wist niet dat ze bij me gebracht zou worden. Ik bries weer naar haar. Ze briest terug. Ze is beweeglijk in haar lendenen. Haar achterhand is niet stil te houden. Ze wil. Maar ik stel het uit. Ik beklim haar niet zomaar. Ik wil dat ze de rit van haar leven gaat krijgen. Ongezadeld. Ik ruik aan haar. Ik doe een schijnbeweging omhoog om mijn begeleiders te verwarren. Om haar te verwarren. En dan, als bijna iedereen denkt: Dit wordt hem niet vandaag, dan sta ik toe dat mijn geslacht naar buiten schuift. Die is indrukwekkend lang al zeg ik het zelf en gaat naar haar op zoek. Zij ziet het niet, maar ze weet het. Ze voelt het. En geeft zich aan me over.

(Morgen meer)
___________
2023 ©Hugo Vos

Om zijn proza-pen te scherpen schrijft én publiceert Hugo Vos iedere avond in 2023 een klein stukje van een kort verhaal. 
Op zondagavond begint hij, om vervolgens pas de volgende avond verder te schrijven. Een hele week lang. Op zaterdagavond moet het verhaal tot een einde komen. Geen idee waar hij uitkomt. Geen idee of het lukt. Een jaar lang. Iedere week opnieuw.

(Heb je een leuke titel, een foto of een thema als input voor een nieuw verhaal? Voel je vrij om je suggesties te droppen. Wie weet pakt hij het op.)

Dit delen: