Selecteer een pagina

Jan Vermeer liep door de stoffige gang en stapte over de brokken van de deur kamer 3 binnen. Zo’n beetje alles wat daar was lag in puin. De gordijnen hingen gescheurd aan de roede die diagonaal voor het gebroken raam hing. Schilderijen lagen op de grond, stukken plafond lagen op het bed, naast stukken stoelpoot en flarden tafelkleed.
Gebroken serviesgoed lag onder de restanten van wat ooit een koffiekarretje moest zijn geweest. Overal lagen vellen papier. Volgeschreven, leeg, vol getekend, bekrast, versnipperd, heel, half, verfrommeld. De grond lag verder bezaaid met potloden, en met de toetsen van een oude typemachine. Het was een puinhoop van kleine onderdelen en losse dingen.
Maar er was meer. Alles baadde in een enorme veelkleurigheid. In het geheel van de bende was ook een soort van schoonheid zichtbaar die iets inspirerends over zich had. Jan Vermeer keek er niet van op.

Vanonder een tafelblad zonder poten staken twee benen uit. Maria Stuivenberg sjorde aan het tafelblad, maar de wastafel lag er bovenop, terwijl die nog half aan de muur vastzat.
“Help me verdomme toch!”, riep Maria. “Die arme drommel moet gered!”
Jan Vermeer snelde toe, trok de wastafel min of meer opzij en duwde met zijn andere hand het tafelblad eronder vandaan. Het lukte hen het tafelblad omhoog te tillen en op zijn kant te zetten.

“Je had het veel eerder onder ogen moeten zien Maria Stuivenberg!,” zei Jan Vermeer terwijl ze op het lichaam keken van de man op de grond. “Je had stop moeten zeggen! Hem moeten remmen toen het nog kon. Kijk toch hoever het gekomen is.”

Op de grond lag de schrijver die hen met grote bange ogen aankeek. Zijn ogen schoten heen en weer tussen de een en de ander. Hij kreunde zacht. Maria Stuivenberg vloekte toe ze de schedel zag van de schrijver. Daar waar ooit een groot creatief brein zat, gaapte nu een groot leeg gat.

___________
2023 ©Hugo Vos

(Dit is een bemoeiverhaal.
Je kunt je met het verloop van dit verhaal bemoeien. Welke vragen heb je bij dit verhaal? Waar wil je graag antwoord op? Wat hoop je dat er gaat gebeuren?
Zet het in een commentaar hieronder en wie weet neem ik het mee in het vervolg)

Om zijn proza-pen te scherpen schrijft én publiceert Hugo Vos iedere avond in 2023 een klein stukje van een kort verhaal. 
Op zondagavond begint hij, om vervolgens pas de volgende avond verder te schrijven. Een hele week lang. Op zaterdagavond moet het verhaal tot een einde komen. Geen idee waar hij uitkomt. Geen idee of het lukt. Een jaar lang. Iedere week opnieuw.

Dit delen: