(Op de wijze van zilv’ren draden tussen t goud)

‘k Lig wat bleek tussen de dekens
‘k Staar verhit naar het plafond
’t Voelt alsof ik zo kan breken
`k Wou dat ik nog praten kon
Heel mijn lijf voelt als een vloertapijt
Uitgeleefd en vol met mijt
Waarom God toen u de mens schiep
Schiep U destijds ook de griep?

Kijk mijn schat brengt mij wat eten
Maar mijn maag ligt uit de kom
‘k Lig me uit de naad te zweten
Zodat ik haast mijn bed uit zwom
Heel mijn leven lijkt een diep ravijn
`k Voel me zielig ‘k voel me klein
Lieve God niet dat ik klaag hoor
Maar waar dient die griep toch voor?

‘k Hoest mijn longen haast naar buiten
’t Ademhalen valt me zwaar
‘k Voel het snot mijn neus uit spuiten
Straks plof ik nog uit elkaar
Al mijn levensvreugd is naar de maan
‘k Denk dat ik nooit meer op zal staan
God als griep alleen op aard heerst
Zou ‘k liever naar de hemel gaan


Nog een lied uit die oude doos. Ik weet niet precies meer wanneer ik het schreef. Maar het is alweer een tijdje geleden. Tijdens een griep denk ik. ūüôā 

Dit delen: