er brandden drie waxinevlammen
 in mijn raamkozijn
 twee krachtig en vol vuur
 maar eentje
 vocht om ook een vlam te kunnen zijn
 
 ik stond blaasklaar
 de longen vol
 de klok tikte mijn slaaptijduur
 maar ja, dat vlammetje dat
 vocht om ook een vlam te kunnen zijn
 
 ’t had mij ontroerd
 ik hield mijn adem erbij in
 en heb nog lange tijd getuurd
 naar hoe het dapper om zijn lont
 vocht om ook een vlam te kunnen zijn
 
 ik zag mijzelf
 mijn levensdraad
 hoe lang heeft dat nu al geduurd
 en hoe ik daaromheen vanaf ‘t begin
 vecht om ook een vlam te kunnen zijn
Dit delen: