Selecteer een pagina

dichtles

het hoeft niet te rijmen als er maar een kern in zit de pit zit immers  niet aan t einde maar in ‘t midden van de vrucht

bekentenis

ik heb een vetbol voor mijn raam gehangen ik ben een vogelvriend, vandaar en sindsdien, dat klinkt een beetje raar, steeds als ik naar buiten staar  krijg ik dat groot en sterk verlangen ik zal maar eerlijk zijn, er niet om liegen dan wil ik snaaien, snoepen, slikken...

bevroren

haar internet was instabiel het beeld te vaak bevroren of ze nou achter in de kamer zat of bij het raam van voren vaak viel ze weg, had geen geluid of hoorde ze slechts halve zinnen ze wist niet meer wat wijsheid was en wat toch te beginnen zomers had ze goed bereik...

altijd maar

altijd maar die angst haar kwijt te raken als ze er is en weer  kan gaan altijd maar die angst dat het ondragelijke bewaarheid wordt het niet geliefd zijn altijd angst haar kwijt te raken als ze er is in elk gebaar in ieder woord het continue zoeken of ze er nog is of...

wit gebed

oh sneeuwlandschap jij suikerzoete aanblik met je vermogen aan te wakkeren dat kind in ons bevrijd ons uit de zoutvlaktes van het grootmenselijk bestaan laat ons bukken rollen werpen zepen help ons terugkeren naar de kiem van ons geluk naar het kind dat wij  hebben...